Dissociatie: wanneer je lichaam een geheim bewaart

Leestijd ± 15 minuten

Morgen-Dans-je-Weer-chronische-klachten-en-overleven-3

Inleiding

Je functioneert, je zorgt voor anderen en je houdt alles draaiende. Maar vanbinnen voel je je heel anders, alsof je niet helemaal aanwezig bent. Op sommige momenten voel je je een buitenstaander bij wat er om je heen gebeurt, of bij de emoties en sensaties in je lichaam. Soms merk je het op, maar vaker ben je je er nauwelijks van bewust.

Dit heeft te maken met dissociatie: een beschermingsmechanisme waarbij je je, vaak onbewust, afsluit van overweldigende gevoelens, emoties of lichaamssensaties. Dit fenomeen kan ontstaan na ingrijpende ervaringen en zich op verschillende manieren uiten. Je kunt bijvoorbeeld veel in je hoofd leven, moeite hebben om je grenzen te voelen of het contact met je lichaam verliezen. Ieder mens kan het ervaren.

In dit artikel lees je wat dissociatie inhoudt, hoe het kan ontstaan en wat de relatie is met trauma en de zogenoemde psychische dwarslaesie. Het is een beschrijving, geen diagnose of label. We staan stil bij wat er gebeurt wanneer je jezelf, om te overleven, hebt moeten afsluiten van de eigen binnenwereld. En naar de weg terug naar verbinding met je lichaam en jezelf.

Er is een kloof ontstaan tussen wat zichtbaar is en wat onzichtbaar is. Tussen wat je weet en wat je voelt. Tussen je hoofd en je lichaam.

Wat is dissociatie

Wat is dissociatie en waarom ontstaat het?

Dissociatie ontstaat wanneer een ervaring te overweldigend is om volledig te doorvoelen, en vechten of vluchten geen optie is. Het is dan de laatste uitweg: een manier om de ervaring op afstand te houden in de vorm van een ingenieus beschermingsmechanisme dat je in staat stelt pijn tijdelijk minder te voelen of niet volledig te ervaren.

Dissociatie is geen keuze. Het is een oeroud mechanisme dat het zenuwstelsel inzet om je te beschermen, om om te gaan met ervaringen die op dat moment te veel zijn. Het komt in heel verschillende gradaties voor: van een alledaagse reactie op bijvoorbeeld verdriet of vermoeidheid die je even niet wilt voelen, tot een sterke reactie op een ingrijpende gebeurtenis.

Bij de een is het een tijdelijke reactie op spanning, bij de ander een patroon dat zich in de loop van jaren heeft ontwikkeld. Het kan al heel jong zijn ontstaan, soms zo vroeg dat je je er niets van herinnert, en het kan een manier van leven worden.

‘Hoe meer je innerlijke waarschuwingssignalen leert te negeren, hoe groter de kans dat je vervreemd raakt van de signalen van je lichaam.’

Bron: Gabor Maté, Wanneer je lichaam nee zegt

Morgen-Dans-je-Weer-overleven-dissociatie

Wat gebeurt er in je lichaam bij een overweldigende ervaring?

Bij gevaar reageert ons lichaam al voordat ons cognitieve bewustzijn doorheeft wat er gebeurt.

Stel je een meisje van een jaar of zeven voor dat op een grasveld aan het spelen is. Ineens rent er een hond blaffend en grommend op haar af. Hij springt tegen haar op en bijt in haar arm. In een split second reageert ze vanuit haar overlevingsmechanisme. Misschien probeert ze weg te rennen, of staat ze juist aan de grond genageld van schrik, of slaakt ze een gil. Haar hartslag en ademhaling versnellen en haar spieren staan strak van spanning. Zonder dat ze het merkt, vertraagt ook haar spijsvertering. Dit is de werking van de sympathicus, die haar klaarmaakt om te vechten of te vluchten.

Wat er daarna gebeurt, hangt sterk af van de mensen om haar heen.

Stel dat haar moeder haar meteen in haar armen neemt en dat de eigenaar de hond aanlijnt, naar haar toekomt en vraagt of het gaat. Een voorbijganger blijft even staan en zegt: “Wat ben jij geschrokken, hè.” Dan ervaart het meisje erkenning voor de enorme schrik die ze heeft doorgemaakt. Er is ruimte voor haar gevoelens. Misschien huilt ze, is ze boos of trilt ze over haar hele lijf. Zo kan de opgebouwde spanning van het schrikmoment ontladen. Het zorg- en herstelsysteem van haar zenuwstelsel, de parasympathicus, neemt het stokje over.

Maar stel nu dat de omstanders anders reageren. De eigenaar roept dat de hond alleen maar wil spelen en loopt door. Iemand anders zegt: “Kom, niet zo aanstellen, er is niks aan de hand.” Of haar moeder trekt haar snel mee: “Niet huilen, we gaan naar huis.” Dan leert het meisje dat er geen plek is voor wat ze voelt. Ze verbijt zich en slikt haar tranen in.

Er kunnen vanuit zo’n situatie overtuigingen ontstaan zoals ‘ik mag me niet laten kennen’, ‘wat ik voel klopt niet’, ‘ik mag me niet aanstellen’ of ‘ik moet het alleen doen’. Overtuigingen die ze als volwassene nog lang met zich mee kan dragen. De overweldigende ervaring kan nergens heen en blijft opgesloten in het lichaam, dat in shock raakt. De spanning en de lichamelijke reacties blijven doorwerken, ook als het gevaar allang voorbij is.

Wat gebeurt er wanneer er sprake is van shock?

Wanneer steun, begrip, geborgenheid en/of zorg ontbreken, kan dissociatie optreden. Dit psychologische mechanisme houdt de overweldigende ervaring op afstand. Op het moment zelf is het een nuttig overlevingsmechanisme, maar op de lange termijn wordt het schadelijk en als langdurig patroon kan het belemmerend werken.

Morgen-Dans-je-Weer-Inzicht-in-je-prikkels-2

Psychische dwarslaesie

Wat is een psychische dwarslaesie?

Gevoelens, emoties en lichaamssensaties geven waardevolle aanwijzingen over ons welzijn: over wat belangrijk, veilig en onveilig is. Wanneer deze signalen niet gekend en/of erkend worden, ontstaat er een blokkade in het systeem. Je zou dit kunnen beschouwen als een psychische dwarslaesie, een term die is geïntroduceerd door Peter John Schouten.

Psychische dwarslaesie is dus geen medische diagnose.

De psychische dwarslaesie wordt gekenmerkt door het niet of moeilijk kunnen voelen van sensaties, signalen en emoties in het lichaam. Het is de verloren of verzwakte verbinding tussen het bewuste, cognitieve functioneren en het lichaam. Een scheiding tussen wat je weet en wat je voelt. Tussen denken en zijn.

Bijvoorbeeld in een situatie waarin je je wel beseft dat het niet een fijne situatie is, dit ook zo naar de mensen om je heen benoemt, maar tegelijkertijd het niet vóélt. Je bent het je alleen cognitief gewaar. Of je weet dat je ergens wel verdrietig bent over de situatie waar je in zit, tegelijk heb je geen idee wat er voelbaar is in je lichaam, alleen een vreemd soort leegte.

Trauma en kindertijd

Dissociatie door trauma en ervaringen in de kindertijd

Al in de baarmoeder staan we in contact met fysieke gewaarwordingen. Bij de geboorte kunnen we aanvankelijk alleen van daaruit reageren: op honger, pijn, kou of warmte, op troost en nabijheid. Een pasgeboren kind heeft warmte, veiligheid en voeding nodig om te groeien, en is voor zorg en bescherming volledig afhankelijk van ouders, verzorgers en omstandigheden.

Tijdens het opgroeien leert een kind de wereld om zich heen begrijpen en betekenis geven aan de eigen emoties, gevoelens en lichaamsbeleving. Dat gebeurt door de 'ondertiteling' en het voorbeeld van ouders en verzorgers. Kinderen die liefdevolle, afgestemde zorg krijgen, ontwikkelen een gevoel van verbondenheid: een innerlijk weten waarin 'ja' en 'nee' gelijkwaardig zijn. Dan zijn ze in staat om hun grenzen te voelen en voelen zich vrij die aan te geven.

Waar een kind essentiële behoeften als geborgenheid, verbinding, autonomie, troost, erkenning, liefde en bestaansrecht moet missen, kunnen ontkenning en verwarring ontstaan. Degene die veiligheid zou moeten bieden, ís niet veilig. Een kind kan dan alleen maar concluderen dat wat het voelt niet klopt, dat híj of zíj niet klopt.

Daardoor zal het een authentiek deel van zichzelf (moeten) verloochenen: het deel dat de emotionele (en daarmee gepaard gaande lichamelijke) beleving opslaat. Het deel dat als het ware verder leeft en opgroeit, is het overlevingsdeel. Dat groeit uit tot de volwassen persoon.

Emoties en ervaringen die niet gewenst, erkend of gekend zijn, zoals angst, boosheid, schrik en verdriet, kunnen worden omgezet in een vorm van verlamming en verdoving. Of, zoals Bowlby schreef:

‘Wat niet kan worden meegedeeld aan de moeder of de ander, kan niet worden meegedeeld aan het zelf.’

Bron: Bessel van der Kolk, The Body Keeps the Score

Denk bijvoorbeeld aan situaties waarin sprake is van:

  • emotioneel geweld (genegeerd of uitgescholden worden);
  • geen knuffels of fysieke aanraking krijgen;
  • langdurige stress en pijn;
  • een herhaalde boodschap die je liet voelen dat het niet oké was om jezelf te zijn, dat het veiliger was om je anders te gedragen en je aan te passen;
  • een terugkerende handeling die je deed zwijgen;
  • aanranding;
  • fysiek geweld of mishandeling;
  • seksueel misbruik.

Als je je veilig voelt, kun je ontspannen, verbinden en herstellen; je systeem schakelt dan over naar het parasympathische deel van het zenuwstelsel. Ons lichaam en brein scannen voortdurend of we veilig zijn. Bij onveiligheid - fysiek of emotioneel - schakelt het systeem over op overleven: vechten, vluchten, bevriezen of aanpassen (fawning).

Waar het een kind ontbreekt aan veiligheid, geborgenheid en steun, kunnen deze overlevingsmechanismen dus vaak en langdurig actief zijn.

Wanneer dissociatie voortkomt uit overweldigende, pijnlijke situaties, spreken we van trauma. Ontwikkelingstrauma omvat mishandeling en verwaarlozing, maar ook meer subjectieve ervaringen van schaamte, vernedering, verraad en schuldgevoel.

Vroegkinderlijke patronen vormen een innerlijke plattegrond voor relaties, je hele leven lang: niet alleen in wat je verwacht, maar ook in hoeverre je je kunt binden en hoeveel plezier je kunt ervaren in het gezelschap van een ander.

Morgen-Dans-je-Weer-herstel-van-een-overbelast-zenuwstelsel-3

De neuronetwerken: hoe trauma en triggers ingesleten dissociatiepatronen kunnen versterken

Hersenonderzoek laat zien dat een overweldigende ervaring (trauma) invloed kan hebben op de werking en ontwikkeling van het brein. Ons neurofysiologische systeem is ongelooflijk adaptief: neurale verbindingen die vaak worden gebruikt, worden sterker; verbindingen die zelden worden geactiveerd, verzwakken.

Dissociatie kan zo een ingesleten patroon worden: een automatische respons in het neuronetwerk die wordt geactiveerd voordat je je er bewust van bent. Het gebeurt veelal onbewust.

Wat je in je leven hebt aangeleerd en eigen hebt gemaakt, beïnvloedt wat je lichaam waarneemt als veilig en wat aanvoelt als dreiging of gevaar. Zo kan een onschuldig lijkende situatie toch een trigger vormen voor je systeem en tot dissociatie leiden.

Als je in je leven nooit boosheid kon tonen, kan het zijn dat je die op een dag niet meer voelt. Of je wordt plotseling geraakt door een geur of een blik van iemand, en raakt onzeker zonder dat je begrijpt wat er gebeurt. Ook kan er ineens een golf van misselijkheid opkomen bij het zien van iets, waarbij je maar niet begrijpt waarom je 'zo heftig' reageert, want er is 'toch helemaal niets aan de hand'.

Je lichaam (her)kent in zulke situaties iets en reageert daarop.

Dissociatie herkennen

Welke vormen van dissociatie zijn er en hoe herken je ze?

Dissociatie kan zich op verschillende manieren uiten. Soms is het duidelijk merkbaar, maar vaak is het subtiel en gebeurt het veelal buiten je bewustzijn om.

Het kan zich onder andere uiten in:

  • wegdromen of het gevoel hebben dat je er niet helemaal bij bent;
  • jezelf van een afstand bekijken, alsof je niet helemaal in je eigen lichaam aanwezig bent;
  • een gevoel van verdoving of leegte, waarbij emoties moeilijk of niet bereikbaar zijn;
  • naar je hoofd 'vertrekken' of veel in je hoofd leven: rationaliseren, analyseren, willen begrijpen;
  • op je hoede zijn, hyperalertheid, ook in veilige situaties;
  • de wil van de ander die zich vermengt met je eigen wil (vage of afwezige grenzen);
  • een blokkade in je keel: de woorden willen er niet uit, je stem valt weg of je stokt halverwege een zin.

Verschillende van deze reacties kunnen naast elkaar bestaan of elkaar afwisselen. Ze hoeven niet allemaal aanwezig te zijn.

Hoe herken je dissociatie? De zichtbare en onzichtbare paradox

Het meest wezenlijke aan dissociatie is dat ze grotendeels onzichtbaar en vaak onbewust aanwezig is. In elk geval is de diepste laag onzichtbaar.

Iemand kan volledig functioneren, vriendelijk zijn, aanwezig lijken en zelfs helder denken, terwijl er vanbinnen een kloof bestaat tussen hoofd en lichaam. Wat er van buitenaf vriendelijk en meegaand uitziet, is vanbinnen misschien een ingehouden nee. Terwijl de buitenkant functioneert, kan een deel van het zelf afwezig zijn.

Iemand in dissociatie weet dat bovendien vaak zelf niet. Voor een getrainde waarnemer zijn er wel signalen: in iemands blik, houding, stem, beweging of gedrag kan dissociatie zichtbaar worden.

Dat is de paradox: voor de buitenwereld lijkt het gewoon functioneren, terwijl de persoon zelf leeft in een toestand van verlamming of verdoving. Verlamd tussen voelen en niet-voelen.

En juist daardoor wordt het zo vaak gemist, terwijl het de kern kan raken van chronische klachten, bij het over je grenzen gaan en bij het niet kunnen voelen van je eigen grenzen.

Leer je grenzen (weer) voelen

In het online programma ‘Jouw lichaam als kompas’ leer je de signalen van je lichaam weer op te merken, zodat je je grenzen eerder voelt en beter kunt bewaken.

Bekijk Jouw lichaam als kompas →

Gevolgen en herstel

De gevolgen van langdurige dissociatie: het systeem raakt uitgeput

Door het afsluiten van de binnenwereld ontstaat een kloof tussen hoofd en lichaam, tussen denken en voelen. Spanningen, gevoelens en emoties worden, veelal onbewust, genegeerd en ontkend. En vaak heb je zonder dat je het doorhad al jaren in de overleefstand gestaan.

Dit helpt op het moment zelf, maar heeft een hoge prijs omdat het er niet op gebouwd is om langdurig stand te houden.

Het overlevingssysteem biedt ongelooflijk veel uitwegen. Dit aanpassingsvermogen stelt ons in staat heel lang te overleven, maar dit systeem raakt op den duur uitgeput.

Ook bij langdurige emotionele en fysieke pijn wordt het autonome zenuwstelsel ingeschakeld. Dat is een prachtig beschermingsmechanisme zolang beide kanten in balans zijn: de sympathicus werkt alleen wanneer het nodig is - bij gevaar of extra lichamelijke of mentale inspanning - en schakelt daarna zo snel mogelijk weer uit, zodat de parasympathicus zijn werk kan doen. Waardoor het lichaam weer ruimte krijgt voor herstel en rust.

Maar wat als je pijn of de intensiteit van je klachten aanhoudt, en je er niet van weg kunt?

Ook dan vind je manieren om ervan weg te bewegen. Je doet heel hard je best om er zo snel mogelijk uit te komen. Je zoekt een oplossing en gaat van de ene naar de andere expert die je moet vertellen wat eraan te doen is. Misschien is het je al lange tijd gelukt om je pijn, vermoeidheid en klachten weg te drukken, en je te richten op anderen of op je werk, in de hoop dat het vanzelf overgaat.

Dat zijn natuurlijke reacties op iets wat naar is. Ondertussen staat je overlevingsmechanisme aan. Het helpt je functioneren en houdt je paraat, zodat je door kunt gaan. Daarbij grijp je automatisch terug op de strategieën die je bewust en onbewust hebt geleerd: het zichtbare en onzichtbare gedrag van ouders, leraren en de cultuur waarin je bent opgegroeid.

Ons hele persoonlijke systeem, én de wereld om ons heen, is erop ingericht dat we eerst een verklaring zoeken voor symptomen en klachten, om ze daarna zo snel mogelijk op te lossen. Het aanbod aan mogelijkheden en zorg is enorm. Dus hoeven we niet stil te staan bij wat er mogelijk onderliggend meespeelt.

Totdat je niet anders kunt. Totdat adviezen, behandelingen of onderzoeken niet tot het gewenste resultaat leiden.

De vraag is dan: in hoeverre kunnen we verder kijken dan wat meetbaar en aantoonbaar is? Wat als er sprake is van (onbedoelde) gevolgschade van een langdurige uitputtingsslag op je zenuwstelsel?

De prijs die je daarvoor betaalt, laat zich vaak lang niet zien, terwijl je ondertussen (hoogstwaarschijnlijk) niet goed meer kunt voelen wat je gezonde grenzen zijn, wat je nodig hebt en hoe je jezelf kunt reguleren.

Dat kan zich uiten in:

  • plotselinge uitputting: burn-out, bore-out of intense vermoeidheid die niet verdwijnt met rust;
  • (chronische) ziekte;
  • chronische pijn in het bekken- en stuitgebied, de onderrug of de buik;
  • lichamelijke klachten waarbij (in eerste instantie of helemaal geen) medische oorzaak wordt gevonden;
  • bevriezen bij aanraking: het lichaam dat op slot gaat zodra het wordt aangeraakt of onderzocht;
  • schrikken bij aanraking, hyperalertheid bij lichamelijk contact;
  • oplopende spanning en stress;
  • vastlopen in relaties en in je leven;
  • depressieve gevoelens en angst.

Allemaal klachten waarbij we niet direct denken aan uitputting en het opraken van onze reserves. Deze klachten kunnen verschillende oorzaken hebben. Het kan waardevol zijn om, naast medische en andere verklaringen, ook te onderzoeken welke rol langdurige stress en overlevingspatronen mogelijk spelen.

Integratie als weg naar herstel

Wist je dat een langdurige staat van overleven kan leiden tot het afsplitsen van (delen van) jezelf?

Wanneer emotionele en fysieke pijn langdurig blijven bestaan zonder voldoende steun, kan er een innerlijke fragmentatie ontstaan. Zonder dat je je iets herinnert, reageert je lichaam al wel. Dit gebeurt meestal buiten je bewustzijn om.

Herken je dat je je afvraagt: ‘Waarom reageert mijn lichaam zo?’ of: ‘Waarom voel ik me opeens zo naar, vervelend of anders?’

Dit geeft aan dat je lichaam reageert op situaties op basis van eerdere ervaringen. Toch zijn we geneigd, en dat herken je mogelijk ook, om, als we cognitief nog niet begrijpen wat er is, ook de lichamelijke reactie als onzinnig te bestempelen.

Hoe meer pijn we onbewust met ons meedragen, hoe moeilijker het kan zijn om afgestemd en in verbinding te zijn met ons lichaam, onze grenzen en behoeften. Pijn, vermoeidheid en heftige prikkels wakkeren het overlevingsmechanisme steeds opnieuw aan.

Toch is herstel mogelijk; we zijn als mens bijzonder adaptief. Daarvoor is het van wezenlijk belang dat het verleden ruimte krijgt. Dat er mensen zijn die aanwezig kunnen zijn, die steunen en als getuige naast de pijn staan wanneer het verhaal naar buiten komt.

Zelfregulatie vraagt een vriendschappelijke relatie met je lichaam.

Morgen-Dans-je-Weer-herstel-van-een-overbelast-zenuwstelsel-4

Oefeningen

Oefeningen om weer in contact te komen met je lichaam

Lichaamsgerichte oefeningen, zoals een luisteroefening, kunnen handvatten bieden om je bewuster te worden van wat er in je lichaam aanwezig is. Je zult merken dat er, naast het eigen maken van tools als deze, vaak meer nodig is. Begrijpen wat er gebeurt in je lichaam én voorbij de oppervlakte kijken, zijn essentieel.

Oefeningen om lichaamssignalen te leren herkennen

01

Luisteren naar de signalen van je lichaam

Denk aan een signaal van je lichaam waarnaar je hebt geluisterd. Wat was het effect?

Denk daarna aan een moment waarop je een signaal onderdrukte: je zei ja terwijl je spanning voelde in je kaken of armen, en moe was. Wat was het effect? Welk gevoel gaf het je over jezelf?

02

Een brief aan je lichaam schrijven

Schrijf een brief aan je lichaam. Het is een oefening om een dialoog te openen en je bewuster te worden van je adem, beweging en lichaamshouding.

Beschrijf hierbij fysieke sensaties die je opmerkt: bijvoorbeeld een bepaalde druk, warmte, tinteling of leegte. Het gaat hierbij niet om wat je ervan vindt of hoe je het zou willen. Je mag schrijven zonder oordeel, en hoeft het dus alleen waar te nemen.

Merk je dat een oefening (te) veel oproept? Stop er dan voor dat moment mee. Kijk om je heen en benoem wat je ziet. Kom ook gerust op de lijn bij ons als je vragen hebt. Je hoeft het niet alleen te doen.

Begeleiding

Hoe Morgen dans je weer jou begeleidt bij dissociatie en trauma

Bij Morgen dans je weer kijken we verder dan alleen kleine handvatten, zoals een luisteroefening of een ervaringsgerichte oefening. We kijken veel breder naar jouw verhaal. We lopen met je mee op de weg waar jij je bevindt.

Door middel van onze online programma’s leer je meer over verschillende invalshoeken die van invloed (kunnen) zijn op je leven. Deze invalshoeken zijn onder meer: Grenzen, Intensiteit, Trauma, Overprikkeling en Rouw & Verlies.

Via een vrijblijvend online gesprek met ons samen kun je sparren over wat er op dit moment bij jou past.

Wat je nodig hebt, is begeleiding die écht is afgestemd op jouw verhaal, jouw ervaringen en jouw persoonlijkheid. Wil je niet langer alleen zoeken naar een oplossing voor de symptomen? Wil je begrijpen wat er in je gebeurt?

Bij onze begeleiding staat traumasensitief werken, in relatie tot je lichaam, centraal. Hiervoor is interoceptie nodig: het vermogen om subtiele lichamelijke gevoelens waar te nemen.

Door (opnieuw) in verbinding te komen met je innerlijke gewaarwordingen en erop te leren vertrouwen dat ze je informatie geven, kun je je vrijer gaan voelen in je lichaam en in jezelf.

Weten wat je voelt. Weten waarom je iets voelt.

We nodigen je uit om te kijken voorbij de oppervlakte, voorbij de buitenkant. Heling begint bij nabijheid. En nabijheid begint bij de moed om te voelen, zonder oordeel.

Met liefde kijken we met je mee naar wat er is.

Morgen dans je weer.

Je hoeft het niet alleen te doen.

Herken je jezelf in dit artikel? In een vrijblijvend online kennismakingsgesprek kijken we samen wat er op dit moment bij jou past.

Plan een kennismakingsgesprek →